Florence Nightingale: verpleegster met een schuldcomplex

De dreiging van overspannenheid kan worden gecompenseerd met de tegendrang van werk — Biograaf Elly Kamp, F. Bordewijk parafraserend

Rond 2000 portretteerde ik voor Historisch Nieuwsblad enkele illustere historische figuren. Aan bod kwamen Jacob Israël de Haan, Paul Kruger, George Orwell en Florence Nightingale. Het Nightingale-portret wil ik hier met u delen. Een belangrijke bron bij het schrijven van dat verhaal was de biografie van Hugh Small, Florence Nightingale. Avenging angel (1998). De biografie roept het beeld op van een rusteloze vrouw die na de Krimoorlog werd overmand door een allesverzengend schuldgevoel: ze had, vond ze, tijdens de oorlog meer soldatenlevens moeten redden dan ze had gedaan. In het artikel zien we dat Rusland zich 175 jaar geleden ook al de rol van agressor aanmat.

September 2000, Historisch Nieuwsblad, Florence Nightingale: verpleegster met een schuldcomplex

Ruim een eeuw geleden overleed in Londen Florence Nightingale. Ze werd wereldberoemd als verpleegster van de zieke en gewonde Britse soldaten tijdens de Krimoorlog. Zelf vond ze dat ze haar werk niet goed had gedaan.

Na de val van Napoleon I namen welgestelde Britten graag een kijkje op het Europese vasteland. William Edward Nightingale en Fanny Smith volgden deze mode toen zij in 1818 hun huwelijksreis naar Italië aanvaardden. In 1819 kreeg het echtpaar een dochter. Zij werd opgescheept met de naam van een van de Sirenen, Parthenope, die in Napels, de toenmalige verblijfplaats van de Nightingales, begraven zou liggen. Een jaar later aanschouwde in Florence een tweede dochter het levenslicht. William en Fanny vernoemden dit kind naar haar geboorteplaats.

In 1822 verliet het gezin Italië. In Engeland werd het onderwijs aan de meisjes toevertrouwd aan een gouvernante. Zodra Florence haar twaalfde levensjaar bereikte nam vader Nightingale het over. William Nightingale, eigenaar van twee grote landhuizen, kon leven van zijn geld en was van een rol in het openbare leven niet gecharmeerd. Maar als docent van vooral Florence verrichtte hij zegenrijke arbeid.

Flo, een groter studiehoofd dan Parthe, eiste al spoedig de meeste aandacht op. Het leerplan was ambitieus. Frans, Duits, Italiaans, Latijn, Grieks, geschiedenis, filosofie — William nam het allemaal voor zijn rekening en Flo dronk het gretig in. Het sociale leven werd intussen niet verwaarloosd. Flo leerde onder anderen Lord Palmerston kennen. De man die in de laatste fase van de Krimoorlog de Britse regering zou leiden, had een winterverblijf vlak bij dat van de Nightingales.

Toen ze twintig was vertelde Florence haar vader dat ze iets wilde betekenen voor de maatschappij. Om te beginnen was zij van plan wiskunde te studeren. William kreeg bijkans een rolberoerte. Het speet hem dat hij in zijn dochter een verlangen naar een actief leven had opgeroepen dat niet bevredigd kon worden. Voor hoog opgeleide dames had de Victoriaanse samenleving geen emplooi. Florence, vond William, wás al overgekwalificeerd voor het gezinsleven dat haar wachtte. Na veel touwtrekken werd haar toegestaan wiskundelessen te volgen bij een huisleraar.

Van een gezinsleven dat vader William voor haar in gedachte had, bleef Florence haar leven lang verstoken. Zij trouwde nooit. Was zij, toen zij op 13 augustus 1910 uit het leven weggleed, een virgo intacta? Het staat vrijwel vast.

Aan haar uiterlijk heeft het niet gelegen. Als 34-jarige wist Nightingale met haar bevalligheid Elizabeth Gaskell nog in vervoering te brengen. Gaskell, een door Charles Dickens geprezen romancière, verkeerde in de zomer van 1854 een tijdje in Nightingales gezelschap.

Aan kennissen schreef ze:

Het dikke bruine haar van de als een den zo slanke FN is aan de korte kant, maar toch overvloedig. Ze heeft grijze ogen, die gewoonlijk ernstig staan en vaak worden neergeslagen, maar die als zij dat verkiezen kunnen veranderen in de grootste pretogen die ik ooit zag. En een volmaakt gebit, dat aan haar glimlach een onvergelijkelijke charme verleent. Laat haar tot de lange witte ronde hals gekleed gaan in zwart zijde en doe haar een zwarte sjaal om — misschien dat jullie dan enigszins een idee krijgen van haar onovertroffen elegantie.

Nu was dit de mening van een vrouw; in principe kunnen mannen er anders over hebben gedacht. Maar daar is geen sprake van. Ook het Victoriaanse manvolk vond Florence aantrekkelijk. En één man helemaal. Hij heette Richard Monckton Milnes.

In de grote wereld was deze goed in de slappe was zittende Milnes zeer gezien. Hij was bereisd en sprankelend van geest, iemand die altijd garant stond voor een uurtje prettig converseren. Cultuurdragers van formaat wipten graag bij hem aan. Hij was een veelbelovend linguïst. Ook de politiek kon op hem rekenen. Medio jaren veertig ijverde hij als parlementariër voor onderwijshervormingen. Hij had het toen al zwaar te pakken van Florence Nightingale. Het was zijn vurige wens met haar te trouwen. Maar hoewel zij hem adoreerde en zich de woede van haar ouders op de hals haalde wees zij hem in 1849 af. Een echtvereniging stond een actief leven in de weg, iets waarvan Florence nog steeds droomde. Sterker: zij wist inmiddels precies wat zij wilde. Zij moest en zou de verpleging in. Milnes schikte zich in zijn lot. Een troost was misschien dat Florence Nightingale voor niemand zu haben bleek. Toen na de Krimoorlog haar naam over de hele wereld bekend was, ontving zij bijna dagelijks post van mannen die zich als echtgenoot aanboden. Onze Florence maakte er de kachel mee aan.

Anders dan al die briefschrijvers vroeg Sir Harry Verney haar in 1857 in een tête-à-tête. Zonder succes. Juffrouw Nightingale had gezondheidsproblemen en werkte desondanks als een bezetene. Een huwelijkspartner kwam ongelegen. Het was andermaal een meer dan geschikte partij die door Florence aan de kant werd gezet. Verney, een rijke weduwnaar, mocht niet meer de jongste zijn — hij was de vijftig al ruimschoots gepasseerd —, hij zag er nog goed uit en was galant. Florence kon zich aan deze sociaal voelende grootgrondbezitter, deze weldoener die er tijdens epidemieën niet tegenop zag eigenhandig slachtoffers te verzorgen, geen buil vallen. Maar Florence wilde niet. Haar zuster wel: in 1858 werd Parthe de nieuwe Lady Verney. Dat deze oudste dochter van William en Fanny Nightingale inmiddels door het leven moest met een vervaarlijke snor, deerde Sir Harry kennelijk niet.

Een dame met ervaring

Halverwege de negentiende eeuw wilde de Russische tsaar Nicolaas I door de sultan van Turkije worden erkend als beschermheer van diens christelijke onderdanen. Hij kreeg geen poot aan de grond. Niet hem, de zaakwaarnemer van de Orthodoxe Kerk, werd het beschermheerschap gegund, maar Napoleon III, Frans keizer en kampioen van het rooms-katholicisme. De Russische beer bromde en sloeg weldra ook zijn klauwen uit. Nicolaas’ manschappen bezetten de Turkse provincies Moldavië en Walachije. Een oorlogsverklaring van de Turkse sultan aan Rusland volgde.

Eind maart 1854, na de vernietiging door de Russen van de Turkse vloot bij Sinope, liet Engeland zich tot deelname aan de oorlog verleiden. De tsaar, vreesde Westminster, was hard op weg Constantinopel te overmeesteren. Samen met bondgenoot Frankrijk zond Engeland een leger uit, dat op het vasteland van wat nu Bulgarije heet tevergeefs op zoek ging naar Russen met wie het kon vechten. Engeland en Frankrijk besloten daarop de troepen te verplaatsen naar de Krim. Hier moest Sebastopol worden veroverd, thuisbasis van de vloot die de Turken bij Sinope in de pan had gehakt. Half september 1854 was de Brits-Franse landing op het Russische schiereiland een feit.

Een week na deze landing leverden de geallieerden slag met de Russen bij de Alma. Het tsarenleger kreeg klop, maar de verliezen van de westerse mogendheden waren enorm. De dood maaide trefzeker om zich heen en onder de overlevenden telde men massa’s zieken en gewonden. De Engelsen verscheepten hun slachtoffers zoveel mogelijk naar Turkije, waar zij aan de Anatolische oever van de Bosporus een militair hospitaal hadden ingericht. (In het oostelijk van Constantinopel gelegen Scutari, het tegenwoordige Üsküdar.) De ongelukkigen kwamen terecht in een hemeltergende situatie. Voorraden ontbraken en de uit het leger gerekruteerde ziekenbroeders waren in de verste verte niet op hun taak berekend. Midden oktober 1854 informeerde de Britse pers het thuisfront over Scutari. De roep om daadkrachtig ingrijpen klonk luid op. Florence Nightingale voelde zich meteen aangesproken. Hier was dé kans op de maatschappelijke hoofdrol die zij ambieerde. Zij baande zich een weg naar het oorlogsministerie, dat haar benoemde tot ‘inspectrice van de vrouwelijke verpleging in het Engelse Hospitaal in Turkije’.

Zestienduizend soldaten hadden onnodig de dood gevonden

Het ministerie schonk zijn vertrouwen aan een dame met ervaring. Nadat zij haar familie jaren eerder al had geshockeerd met de mededeling per se de verpleging in te willen, had Florence in 1851, terwijl zus Parthe en ma Fanny kuurden in Karlsbad, in het Duitse Kaiserswerth een gedegen opleiding in het vak genoten. Pleitte dit voor haar, een aanbeveling was ook het feit dat zij de voorgaande twaalf maanden chef was geweest van een Londens ziekenhuis voor gouvernantes. De benoeming van Miss Nightingale, aldus het oordeel op het oorlogsministerie, bracht de juiste vrouw op de juiste plek. Wie bij deze benoeming nog wel een diepe zucht slaakte, was Fanny. De oude mevrouw Nightingale had Florence dolgraag gekoppeld gezien aan die prachtkerel Richard Monckton Milnes. Met de verpleegsterscarrière van haar dochter kon ze zich maar moeilijk verzoenen. Op 21 oktober oktober 1854 scheepte Florence Nightingale zich in voor de reis naar Constantinopel. Niet in haar eentje: 38 ‘collega’s’, die in Scutari de helpende hand moesten bieden, stapten ook aan boord. Het was een gemêleerd gezelschap van haastig bijeengeharkte nonnen en drankzuchtige morsebellen. De vertrekkende stoomboot werd met bewondering nagestaard door een natie die haar hart vasthield.

Gedurende haar verblijf in de Oost zag Florence Nightingale meer dan alleen Scutari. In 1855 inspecteerde zij tot twee maal toe de ‘Hut Hospitals’ op de Krim zelf. Maar haar belangrijkste werkterrein was toch het ‘Engelse Hospitaal in Turkije’. Ten koste van een felle strijd met de mannelijke bewindvoerders zorgde zij na haar aankomst voor een soepeler gang van zaken bij de bevoorrading. Verder probeerde zij de patiënten zover te krijgen dat zij zich wasten en verschoonden en zich ontdeden van luizen. In maart 1855 kreeg Scutari bezoek van een door de regering uitgezonden gezondheidscommissie. Dit uit mannen van naam en faam bestaande gezelschap gaf opdracht tot een paar maatregelen die van het grootste belang zouden blijken te zijn. Er werd gezorgd voor meer ruimte per patiënt en voor een betere ventilatie; de gebouwen werden gedesinfecteerd en het hele complex kreeg een deugdelijk afvoerstelsel. Bij deze maatregelen kon de commissie rekenen op de medewerking van Florence Nightingale.

Na twee jaar vechten brachten de westerse mogendheden de Russen definitief op de knieën. Nightingale wachtte in Scutari het vertrek van de laatste Britse soldaten af en keerde in augustus 1856 in Engeland terug — bejubeld als een nationale heldin.

Maniakale werkdrift

Florence Nightingale was net twaalf maanden uit de Oost terug toen zij instortte. Een periode van meer dan tien jaar volgde waarin zij aan het ziekbed gekluisterd was. Toch was deze periode tot omstreeks 1870 ook de belangrijkste van haar leven. Haar bedlegerigheid verhinderde niet dat zij een maniakale werkdrift de vrije teugel liet. Nightingale, tegen wie men in het naoorlogse Engeland opkeek als tegen geen ander, verzamelde een legertje invloedrijke vazallen om zich heen van wie zij een inspanning eiste die aan het onmogelijke grensde. Dit alles omdat zij vond dat in Engeland de bezem door de militaire en burgerlijke gezondheidszorg moest. Waar zij zichzelf en de door haar getiranniseerde slippendragers vooral voor inzette was een hygiënische inrichting van ziekenhuizen. Patiënten in een ziekenhuis maakten pas kans op herstel als dat ziekenhuis behoorlijk geventileerd kon worden en als het een goed functionerend afvoerstelsel had.

Waarom stortte Florence Nightingale in 1857 in? En waarom zat zij zichzelf en haar voetvolk ondanks de gezondheidsproblemen in de periode daarna zo achter de vodden?

Na haar terugkeer uit de Oost ontwikkelde Nightingale zich tot een bedreven statisticus. (Dit ging moeiteloos; niet voor niets had zij vroeger wiskundelessen gehad.) Hierdoor kon zij uit de voeten met de rapporten die over de Krimoorlog beschikbaar waren. Toen zij deze rapporten begon te bestuderen wist zij al dat gedurende haar eerste maanden in Turkije zestienduizend soldaten in het Engelse Hospitaal waren gestorven. Eén ding wist zij echter nog niet: die zestienduizend soldaten hadden onnodig de dood gevonden. Het had voorkomen kunnen worden als zij direct na haar komst de hygiënische maatregelen had genomen waartoe de gezondheidscommissie van de regering later de opdracht gaf. Deze verbijsterende uitkomst van een uitvoerige statistische analyse velde Nightingale. Rustig uitzieken zat er vervolgens niet in, kón er voor haar niet inzitten. Zij móest eenvoudigweg als een razende aan de slag om, geholpen door haar tot het uiterste opgezweepte paladijnen, de hoge autoriteiten te bewegen de maatregelen te nemen waarvan gebleken was dat zij mensenlevens konden redden. Het was de enige manier om onder een verpletterend schuldcomplex vandaan te komen.