Herman van Zelm, geschiedenisleraar

Lang geleden schreef ik voor Historisch Nieuwsblad de column ‘Herman van Zelm’. Die column, verschenen in de reeks ‘Personages. Historici in de literatuur’, krijgt hier een reprise. Geschiedenisleraar Herman van Zelm is de hoofdpersoon in René Appels ‘Handicap’ (Bert Bakker 1987), een thriller die speelt midden jaren tachtig. ‘Handicap’ was het debuut van de auteur. Appel heeft hierop nog een respectabel aantal thrillers laten volgen. Begin oktober 2020 maakte hij, net vijfenzeventig geworden, met ‘Overschot‘ de vijfentwintig vol.

De leerlingen van Herman van Zelm gaan gebukt onder een gebrek aan goede moed. Ze kunnen kijken alsof ze al een heel wanhopig leven achter zich hebben. T-shirts met NO FUTURE erop vormen een vast onderdeel van hun favoriete outfit. Ze gaan met tegenzin naar school. Huiswerk is een vies woord, en al helemaal als het geschiedenis betreft. Voor Van Zelms vak, dat normaal gesproken stuit op een muur van desinteresse, wordt geen klap uitgevoerd. Wat moet Van Zelm, leraar geworden omdat hij niets anders kon verzinnen om zijn leven structuur te geven, met dit stelletje lamlendige vijftien- en zestienjarigen beginnen?

Lesgeven uit een boekje, daar heeft de tegen de veertig lopende Van Zelm het niet op. Begenadigd verteller, vult hij de geschiedenisles liever met mooie verhalen. Deze methode slaat aan. De morrende bende in de klas verandert in een ademloos gehoor zodra Van Zelm een boom opzet over maandverband in de zeventiende eeuw, het in onbruik geraakt zijn van de kwispedoor, de pioniers in Amerika of de geschiedenis van de hekserij.

Lachen met Van Zelm kunnen de leerlingen ook. Zijn grootste succesnummer is een anekdote over VVD-zwaargewicht Henk Vonhoff, een ex-geschiedenisleraar, die tevens smulpaap was. Als leerlingen iets deden wat hem niet beviel, moesten ze hun lunchpakket bij hem inleveren. Dat at hij dan zelf op — mits het beleg hem aanstond.

Van zijn collega’s op de Van Wateringen Scholengemeenschap heeft Van Zelm een lage dunk. Sommigen zitten cynisch op hun maagbloeding, hartinfarct of vervroegde uittreding te wachten. Bij anderen is het enthousiasme voor het onderwijs bijna weggeschuurd door de dagelijkse routine van het moeten werken met steeds weer nieuwe klassen van onwillige pubers. Op de lijst met mogelijke gespreksonderwerpen in de lerarenkamer scoren hypotheken het hoogst.

Heesterwijk, een slim baasje dat wordt voortgetrokken door een vrolijk puffende pijp, vormt in het docentencorps een gunstige uitzondering. Als Van Zelm een keertje met hem gaat lunchen, komen zij lijnrecht tegenover elkaar te staan in een geschiedtheoretische discussie. Vallen er uit de geschiedenis lessen te trekken? Heesterwijk vindt van wel, Van Zelm vindt van niet. Hij is een fan van de historicus A.J.P. Taylor, die heeft beweerd dat we van de geschiedenis alleen kunnen leren dat we er niets van kunnen leren.


Eerder gepubliceerd in: Historisch Nieuwsblad 1998/5.