Kontmapjes van Zeeman

Bezorgt de coronacrisis het neoliberalisme de genadeklap? Die vraag is aan debat onderhevig. Vaak denk ik hierbij terug aan de vorige wereldwijde crisis, de financiële. De malaise was nog maar net begonnen, toen ik mezelf bij het Geldmuseum benoemde tot crisiswatcher. Het leverde onder meer twee columns op, die ik publiceerde op de website van De Telegraaf. Ik wil ze hier met u delen.

14 oktober 2008

‘De wereld hangt aaneen van geld.’ Deze versregel is te vinden bij de vaderlandse dichtervorst Pieter Langendijk (1683-1756). In de achttiende eeuw had men het dus al begrepen. Langendijks wijsheid kwam terecht in een gedicht dat laat zien wat geld zoal vermag. ‘Het geld,’ zo luidt een andere regel, ‘maakt edellui van boeren, en van luie meisjes hoeren.’ Dat is raak gezegd. Een bruikbare oneliner. Zelf krijg ik er altijd de lachers mee op m’n hand als we in het Geldmuseum brainstormen over de vraag wat geld met mensen doet.

Van dat brainstormen kwam de afgelopen week overigens niets terecht. Ik had me voorgenomen om als financiële-crisiswatcher voor u een stapel kranten door te nemen, en als ik me iets voorneem dan doe ik het ook.

Het onderwerp ‘geld’ is hot. Mij stemt dat vrolijk. Banken, door staatsinterventie voor omvallen behoed, een beurscrash van een omvang die het gebruik van de term Zwarte Maandag rechtvaardigt… heerlijk! Je kunt geen krant openslaan of je wordt getrakteerd op mooie verhalen.

In het Geldmuseum. Debatterend met Jaco Zuijderduijn (rechts).

De hoofdprijs in deze categorie verdient het landelijke dagblad dat zijn kolommen openstelde voor historicus Frank Ankersmit. Deze beroepsdenker tekende voor een artikel over twee pagina’s, waarin hij zegt eigenlijk blij te zijn met Zwarte Maandag. Zwarte Maandag markeert volgens hem het einde van een periode die begon met de val van de Muur in 1989. Vanaf dat moment ging het Westen zijn eigen anti-sovjetpropaganda over de zegeningen van de vrije markt geweldig serieus nemen. Uit de kelen van regeringsleiders klonk nog slechts een simpele deun: ‘De markt heeft altijd gelijk en het geloof in de markt zal ons behouden.’ Ankersmit laat dit ‘malle’ vertrouwen in de markt ten grave dalen. Onze politiek en ons economisch systeem vragen om een ander fundament. Iedereen, ‘van links naar rechts en omgekeerd’, is na Zwarte Maandag gedwongen na te denken over de vraag hoe nu verder. En dat is winst.

In het kader van de financiële crisis blijven weinig sectoren van het maatschappelijk leven onbelicht, dat is mij na een weekje krantendoorspitten duidelijk geworden. Zo kwam ik ook een artikel tegen over de zakelijke mode die onder invloed van de crisis een andere weg inslaat. Was voor de man tot voor kort het pak met dikke krijtstrepen voorschrift, nu begint dat in de zakelijke epicentra van Amerikaanse en Europese steden tegen hem te werken. Het doet bazen en collega’s te veel denken aan failliete Wall Street-zakenbanken. Het moet allemaal weer minder uitbundig. Ten slotte las ik nog ergens dat sinds Zwarte Maandag Wall Street-bankiers en -handelaren massaal een nabijgelegen kerk frequenteren. Dit ongetwijfeld tot genoegen van hen die vinden dat we God moeten dienen en niet de Mammon.

13 oktober 2009

Het is gebruikelijk 1929 aan te merken als een zwart jaar in de twintigste-eeuwse geschiedenis. Dit heeft alles te maken met de gebeurtenissen op die ene dag, 24 oktober 1929, die als Zwarte Donderdag in de annalen is bijgeschreven. Op de New Yorkse Effectenbeurs raakten de koersen in een vrije val. Onder aandeelhouders brak grote paniek uit. Makelaars kregen de opdracht tegen elke prijs te verkopen, waardoor de koersen nog dieper in de min doken. Deze beurskrach was de prelude op de Grote Depressie van de jaren dertig.

Het begrip ‘Grote Depressie’ heeft de afgelopen tijd voor velen een vertrouwde klank gekregen. Je kunt je kont niet keren of iemand vertelt een verhaal waarin de huidige crisis wordt vergeleken met de wereldwijde economische malaise van bijna acht decennia geleden. In dit koor zijn we nu ook in Utrecht gaan meezingen. In het aldaar gevestigde Geldmuseum loopt sinds kort een tentoonstelling over de kredietcrisis, ‘de Crisisroute’. De samenstellers van deze allerorigineelst vormgegeven tentoonstelling verdienen vooral een pluim (al zeg ik het zelf) voor hun streven naar wat wel wordt omschreven als ‘historische verdieping bij de actualiteit’. Zo kan de museumbezoeker op de bij het heden vertrekkende crisisroute onder meer ook stilstaan bij de Wallstreet Crash van 1929 en de Grote Depressie.

De tentoonstelling werd geopend op 7 oktober, een dag die voor mij een extra feestelijk tintje had. Precies een jaar daarvoor had ik bij mijn baas aangeklopt met de plechtige mededeling voortaan door het leven te willen als de financiële-crisiswatcher van het Geldmuseum.

Ook onder het eten steek ik een betoog af. Rechts: Jaco Zuijderduijn.

Op dat crisiswatchen — hierbij leg ik deze mooie, maar tijdrovende functie neer — kijk ik met positieve gevoelens terug. Me uitstekend vermaakt, dank u. Veel kennis opgedaan, nogmaals dank. Hoeveel nieuwe woorden heb ik er niet bijgeleerd! Voorbeeld: ‘tokkie-hypotheken’. Ander voorbeeld: ‘downtrading’.

De term downtrading staat voor het verschijnsel dat mensen in tijden van crisis dezelfde levensstandaard proberen vast te houden, maar tegen een lagere prijs. Ze kopen bijvoorbeeld goedkopere levensmiddelen en kleding. ‘Je ziet interessante ontwikkelingen’, aldus een marktonderzoeker in een landelijk dagblad. ‘Consumenten gaan downtraden: wie voorheen vaak uit eten ging, koopt nu de luxere producten van Albert Heijn en kokkerelt thuis, de koper van A-merken stapt over op B-merken en de bezoeker van Super de Boer gaat vaker naar Lidl of Aldi.’

Ik moet u iets bekennen: ik ben ook een downtrader. Was vroeger Hugo Boss mijn favoriete merk, als ik tegenwoordig mijn kont keer is die verpakt in een kekke herenslip van Zeeman.

2 oktober 2020

Jaren gingen voorbij en nu is de wereld opnieuw aan een crisis ten prooi gevallen. Bij ons is het downtraden weer in volle gang. De rem is er trouwens nooit af gegaan. Al die tijd kwamen mijn onderbroeken bij Zeeman vandaan. Degelijke kontmapjes.


De regels van Pieter Langendijk ontleende ik aan de door Gerrit Komrij samengestelde bloemlezing Het geld dat spant de kroon. 250 jaar pecuniaire poëzie. Over deze bundel schreef ik de volgende column:

In een zomerse geschiedenisles, met ook een snuifje bellettrie erin, probeerde ik acht jaar geleden de vraag te beantwoorden hoe het ook al weer zat met de Grote Depressie van de jaren dertig: