Globetrottende geldonderzoeker

Eén levensfase uitgezonderd, ben ik als werkend mens nooit overdreven ambitieus geweest. De uitzondering betreft de beginjaren 2000, toen ik mijn schamele kost verdiende als bibliothecaris bij Het Koninklijk Penningkabinet in Leiden. Dit numismatisch museum was in die periode betrokken bij fusieonderhandelingen, die uiteindelijk resulteerden in de oprichting van het Geldmuseum. Het Geldmuseum was vanaf 2003 in aanbouw in Utrecht en zou daar in 2007 zijn poorten openen voor het publiek. Ik wilde bij dit museum met alle geweld aan de slag als ‘onderzoeker geldcultuur’ en ik schreef me suf aan discussiestukken, literatuurrapporten enzovoort, om die positie te bemachtigen. Met succes: januari 2006 was mijn aanstelling in de geambieerde functie een feit.

In de aanloop naar mijn aanstelling bezocht ik ook internationale congressen, die mij hielpen mijn toekomstige onderzoeksterrein te verkennen. Van één daarvan verscheen een verslag in het numismatenblad De Beeldenaar (jaargang 49 [2005] nummer 4).

Dit verslag wil ik hier met u delen.

Congres Vancouver 12-14 november 2004

‘Mensen, dear colleagues, ík stel belang in mensen. Mensen die op een bepaalde manier denken. Mensen die op een bepaalde manier handelen.’ Met instemming teken ik deze beginselverklaring op uit de mond van de Amerikaanse historicus Joel Kaye. Hij heeft zichtbaar zijn bekomst van de discussie die zich al een tijdje concentreert op economische modellen. Het abstractieniveau is hem te hoog; hij mist in het congressistensteekspel ‘de werkelijkheid van het leven’.

Vancouver, 12-14 november 2004. Het Peter Wall Instituut voor Voortgezet Onderzoek op de campus van de Universiteit van British Columbia is het toneel van het congres ‘De geschiedenis en filosofie van het geld’. Rond de twintig geleerden, economen, historici, politicologen, filosofen, zetten het ontleedmes in elkaars bijdragen. De term geleerden is op zijn plaats. De meesten van de voornamelijk uit de Angelsaksische wereld afkomstige debattanten mogen zich met professor laten aanspreken. Zo ook Richard von Glahn (Universiteit van Californië, Los Angeles), die lijkt te zijn uitgenodigd om op dit congres ook een numismatisch geluid te laten klinken. Zijn bijdrage gaat over buitenlandse zilveren munten in het negentiende-eeuwse China. Zodra het dispuut over deze congresbijdrage achter de rug is, wordt de numismatiek als afgedaan beschouwd.

Monetaire economie

Een ander vak komt beter uit de verf: monetaire economie. Er verloopt geen sessie of David Laidler geeft duidelijk van zijn aanwezigheid blijk. Deze kersverse emeritus – tot voor kort vervulde hij een hoogleraarsambt aan de Universiteit van West Ontario – is het oreren sinds zijn afscheid nog niet verleerd. Laidler, Keynes-kenner en bezorger van een standaardwerk over monetaire economie, drukt ontegenzeggelijk zijn stempel op het congres. Zijn betogen vinden grote bijval. Joel Kaye behoort tot de minderheid die af en toe een kanttekening plaatst.

Laidlers optreden in Vancouver was aan mij niet zo besteed. Dat van Kaye des te meer. Joel Kaye is de auteur van Economy and nature in the fourteenth century. In dit boek onderzoekt Kaye hoe de preoccupatie van middeleeuwse filosofen met thema’s als maat, gradatie en kwantificering samenhing met de snelle monetarisering van de Europese samenleving. In Amerika is Economy and nature bekroond met een prestigieuze prijs. Door Nederland heeft het boek geen rilling doen gaan.

Joel Kaye

Joel Kaye is als bijzonder hoogleraar verbonden aan Barnard College in New York. Zoals te verwachten viel, werd in Vancouver vooral naar Economy and nature verwezen tijdens de behandeling van Kaye’s opstel, voor mij het hoogtepunt van het congres. Het gaat over de vormen die het geld successievelijk aannam in middeleeuwse ogen. Het is een stuk van een historicus die niet gelijk op tilt slaat als je op zijn werk het etiket ‘sociaal-wetenschappelijk’ plakt. Zijn historisch-sociologische werkwijze laat zich mooi illustreren aan de hand van de passage die ik nu uit deze congresbijdrage licht.

Kaye neemt ons daarin mee naar de tijd van de investituurstrijd. In de elfde eeuw was het de praktijk dat in de maatschappelijke bovenlaag kerkelijke ambten werden geruild voor geld. Aan het begin van de eeuw stoorde niemand zich daaraan. Hoe anders was dat aan het eind van de eeuw: uit de aristocratie afkomstige kerkhervormers voeren er heftig tegen uit. Wat was er aan de hand? Werd het aantal ruiltransacties op dit gebied soms te groot? Dat was het punt niet, stelt Kaye, die vervolgens aangeeft hoe het wel zat. Aan het begin van de eeuw kwam het ruilen van een ambt voor geld neer op het uitwisselen van geschenken. De ene partij schonk munten, de andere een ambt. Geld werd in deze situatie opgevat als een middel in een ceremonie waarin de aristocratie haar macht bevestigd zag.

Herdefiniëring van geld

Aan het eind van de eeuw was deze opvatting minder gangbaar geworden. Meer en meer was men geld in de hoogste sociale regionen gaan definiëren als een commercieel middel. De ruil van ambten voor geld was in deze perceptie steeds meer een kwestie geworden van kopen en verkopen, handelingen die men associeerde met de lager geborenen, handelingen die een belediging vormden voor de aristocratische waardigheid, ‘corrumperende’ handelingen.

De eind-elfde-eeuwse heibel moet volgens Kaye worden gezien in het licht van deze herdefiniëring. Kaye gaat, zoals ik al zei, historisch-sociologisch te werk. Hij brengt de elfde-eeuwse herdefiniëring in verband met sociale ontwikkelingen: markten breidden zich uit; er kwam meer geld in omloop; een ondernemersklasse (de lager geborenen van zoëven) die met dat geld handel dreef begon ten opzichte van de oude aristocratie aan macht te winnen. De herdefiniëring vond plaats in kringen van een elite die zich in toenemende mate in haar machtspositie bedreigd voelde.

De vlucht naar Vancouver was de langste van mijn leven. Maar de moeite werd beloond. Ik mocht een inspirerend historicus aan mijn netwerk toevoegen. Geldverhalen zijn spannende verhalen. Als ze maar over mensen gaan.


Joel Kay, Economy and nature in the fourteenth century. Money, market exchange and the emergence of scientific thought (Cambridge 1998).


Dit stuk verscheen eerder in De Beeldenaar (jaargang 29 [2005] nummer 4) onder de titel ‘Onder geleerden. Congres Vancouver 12-14 november 2004’.