Ruzie met Israël Querido

   Geen haat is feller dan broederhaat(Johan Rudolf Thorbecke)

Op 26 november 2014 was een dertigtal belangstellenden op uitnodiging van Tijdschrift voor Biografie in Groningen bijeen voor een ‘Biografie-Café’. In Huis de Beurs discussieerden zij over het thema ‘Familieverhalen’. Bij die gelegenheid sprak ik de column ‘Literaire moord en andere schunnigheden’ uit (ondertitel: ‘Ruzie met Israël Querido’). Die column is in zijn oorspronkelijke vorm nooit gepubliceerd. Dit gebeurt hier alsnog.

Literaire moord en andere schunnigheden

Israël Querido vocht in zijn leven twee ruzies uit die de literair-historische naslagwerken hebben gehaald. De ene ontstond als gevolg van een boek dat van literair-historische waarde is, de andere was een terugkerend thema in een publicatie waarvoor hetzelfde geldt. Het gaat om de ruzie met zijn broer Emanuel, schrijver van een familieroman waarin Israël een hoofdpersoon is die in kwalijke kleuren wordt geschilderd, en om die met zijn niet altijd even trouwe vriend Karel de Wind, schrijver van een biografie van Israël, die daarin wordt weggezet als iemand met een hoogst bedenkelijke levensstijl.

In de column die ik hier uitspreek wil ik de ruziemakers bij u introduceren en stilstaan bij hun grieven jegens Israël Querido.

We scharen ons vanavond rond het thema ‘Familieverhalen’. Mijn column sluit hierbij naadloos aan. Emanuel versus Israël Querido – dat we hier te maken hebben met een familieverhaal, wilt u wel geloven: zij waren broers. Maar de niet-bloedverwante Karel de Wind versus Israël Querido – is dat ook een familieverhaal? In zekere zin wel, ja.

Karel de Wind heeft tientallen jaren – met tussenpozen weliswaar, maar toch – behoord tot de kring van gelijkgestemden met wie Israël Querido zijn artistieke leven deelde; en van Tanny Dobbelaar heb ik geleerd – lees haar stuk in het jongste nummer van ons prachtblad – dat je zo’n kring gerust ‘familie’ mag noemen.

BiografieCafé 26 november 2014

Op de flyer las u de wervende titel van mijn column: ‘Een literaire moord en andere schunnigheden’. Laat ik deze titel voor u verklaren.

Literaire moord…

Het element ‘literaire moord’ brengt me bij Het geslacht der Santeljano’s, een roman die Emanuel Querido op zijn naam bracht. Emanuel leeft in de herinnering voort als de grondvester van het respectabele uitgevershuis Querido. Dat hij ook romancier was, is tegenwoordig slechts bekend bij een select gezelschap.

Het boek – Emanuel bediende zich voor de gelegenheid van het pseudoniem Joost  Mendes – verscheen in tien delen in de periode 1918-1928. Het werd gepresenteerd als fictie, maar er is weinig fictioneels aan. Het laat zich lezen als een biografisch dubbelportret van de broers Israël en Emanuel Querido. Dit portret wordt geschetst tegen de achtergrond van een moderniserend Amsterdam. In het boek is de stad tussen 1870 en 1918 het decor van een aan betekenis winnende arbeidersbeweging en een letterenwereld in beroering. Emanuel treedt in De Santeljano’s op als Daan en Israël als Ko Santeljano.

Ko is op een gegeven moment een beroemd literator, een door machtshonger gedreven alleenheerser in het land der letteren. Hij wil niet alleen de grootste zijn, hij wil ook de enige zijn.  Hij is criticus voor een toonaangevende krant, in welke hoedanigheid hij de reputatie van collega-schrijvers breekt. Hij weet zich op zijn eenzame hoogte te handhaven niet zozeer door de kwaliteit van zijn werk als wel door zijn onovertrefbaar vermogen zichzelf in de markt te zetten. Als hij in één ding uitblinkt dan is het dit: zelfpromotie. Een schrijver onwaardig, vindt auteur Mendes.

Het ontbreekt Ko aan artistieke integriteit – ziedaar wat Mendes zijn lezers voorhoudt. Dit inzicht breekt ook door bij Ko zelf. Tegen het einde van De Santeljano’s laat Mendes hem tot inkeer komen. Ko daalt af van zijn Olympus en stelt zich tevreden met een meer bescheiden rol in de letteren.

Het publiek had er weinig moeite mee in Ko Santeljano Israël Querido te herkennen. Ook was het spoedig algemeen bekend wie er schuilging achter het pseudoniem Joost Mendes.

Goede verstaanders konden zich niet aan de indruk onttrekken dat hier iemand opzij moest worden geduwd om ruim baan te maken voor een andere schrijver, te weten de zich als wel integer aanbevelende Emanuel Querido.

Israël Querido werd er niet vrolijk van. De betrekkingen met Emanuel raakten ernstig verstoord. In de laatste jaren van Israëls leven – hij stierf in 1932 – waren de broers niet meer on speaking terms.

… en andere schunnigheden

Tot slot het element ‘andere schunnigheden’ in de titel van mijn column. Dat brengt me bij Karel de Wind.

Karel de Wind was een in de letteren liefhebberende koopman. Wat weten we nog meer van hem? Weinig, maar wel dat hij een oorlogswinstmaker was, die een deel van zijn fortuin gebruikte om een door hem gewrocht toneelstuk opgevoerd te krijgen in een vooraanstaand Amsterdamse theater. En dat hij een biografie schreef van Israël Querido, die hem bij tijd en wijle had toegelaten tot de kring van bevoorrechten met wie hij zijn artistieke leven deelde.

De biografie, Rond het leven van Israël Querido, verscheen in 1933, binnen een jaar na Isaëls dood. Het boek was bedoeld als een genadeloze afrekening met Emanuel Querido. Volgens De Wind was het tiendelige opus De Santeljano’s een regelrechte misdaad, met zijn vriend de grote schrijver Israël als slachtoffer. Maar naarmate de lezer in de biografie vordert, ontpopt die zich steeds meer als een schotschrift tegen Israël.

Deze blijkt er een seksuele moraal op na te hebben gehouden die niet door De Winds beugel kan. De auteur wordt niet moe te benadrukken dat hij Israël herhaaldelijk op zijn seksuele losbolligheid heeft aangesproken. Maar Israël wilde niet luisteren; hij bleef maar de lakens delen met zijn schoonzuster, zijn secretaressen en de vrouw van een bevriende advocaat, zodat de tranen bij Israëls graf van wel zes weduwen kwamen. Schande!

De Wind noemde de betrokkenen bij naam en toenaam. Zo kwam alles kort na Israëls dood op straat te liggen. Dat was niet mooi van De Wind. Maar wat is de nieuwe biograaf van Israël Querido hem tachtig jaar later dankbaar.


Een sterk gewijzigde versie van deze column verscheen in Tijdschrift voor Biografie.